Vanmorgen gaan we op de fiets het dorp verkennen. Er is hier
vroeger een kopermijn geweest. De fabrieksgebouwen rondom de mijn zijn
vervallen maar we hebben wel een idee van de grootte van het complex. Op een
ander deel zien we de verschillende lagen die afgegraven zijn. Het water tussen
de bergen steen ziet er angstaanjagend donker uit.
De oude mijngangen zijn dichtgemetseld. De mijnschacht staat
er nog.
In de buurt zien we de oude huizen van de mijnwerkers. Als
we de inlichtingen mogen geloven dan hadden de mijnwerkers met hun gezin een eenkamer
woning zonder ramen. Als we langs de woningen fietsen lijkt het alsof er van
twee woningen een nieuwe is gemaakt.
![]() |
| badhuis |
In het dorpje is ook een openbaar badhuis, vlakbij de
mijnwerkerswoningen. Kennelijk beschikken die niet over een douche. Alles ziet er keurig schoon uit.
Het kerkje laat aan de buitenkant duidelijk Moorse invloeden
zien. Alle woningen en ook het kerkje zijn, net als in al de andere plaatsen
hier, verblindend wit.
’s Middags gaan we weer lekker opfrissen in het water en
luieren we wat.





